Hoe je twee statistieken met verschillende schalen visualiseert (zonder een misleidende dubbele as)

Er zijn vier eerlijke manieren om twee statistieken met verschillende schalen in één grafiek weer te geven. Je kunt een secundaire as met vastgestelde limieten gebruiken, of beide reeksen indexeren naar een gemeenschappelijke basis. Je kunt ook twee panelen met een gedeelde x-as boven elkaar plaatsen, of de ene statistiek tegen de andere uitzetten in een spreidingsdiagram. Welke optie de juiste is, hangt af van de vraag, niet van de data.
Het standaardantwoord is een dubbele as, en dat is de enige van de vier die ongemerkt je conclusie kan veranderen. Verschuif het bereik van een van de assen en twee lijnen die elkaar eerst kruisten, lopen nu uiteen.
Deze gids legt uit waarom dit probleem bestaat en wat de prijs is van een ondoordachte dubbele as. Vervolgens behandelen we de vier opties, hun eerlijke beperkingen en het punt waarop handmatig herbouwen te veel tijd begint te kosten.
Waarom twee statistieken met verschillende schalen één grafiek verpesten
De omzet loopt in de miljoenen. Het conversiepercentage ligt tussen de één en vier procent. Als je beide op dezelfde as uitzet, wordt de conversielijn een platte streep onderaan de grafiek.
De eigen richtlijnen van Microsoft benoemen deze situatie direct. De documentatie over het toevoegen van een secundaire as adviseert om er een te gebruiken wanneer waarden sterk verschillen per reeks. Er worden ook combinatiegrafieken genoemd die verschillende datatypes combineren, zoals prijs en volume.
De functie bestaat dus met een reden en is geen goedkope truc. Het probleem zit hem in wat de tweede as suggereert, in plaats van wat hij daadwerkelijk doet.
Er is een tweede variant van dit probleem die niets met eenheden te maken heeft. Twee reeksen met dezelfde eenheid kunnen nog steeds drie ordes van grootte verschillen. Een grote markt die naast een kleine markt wordt weergegeven, maakt de kleine markt volledig onzichtbaar.
Wat een ondoordachte dubbele as je kost
Een zelfbedachte correlatie. Het punt waar twee lijnen elkaar kruisen, wordt bepaald door de asbereiken die je kiest. Verander een van de bereiken en het verhaal verandert mee. Dit betekent dat de visuele samenhang louter een resultaat is van de opmaak.
Een lezer die je niet kan controleren. De meeste mensen kijken naar de vorm en negeren de aslabels. Als de twee assen verschillende nulpunten hebben, vertelt de afbeelding iets wat de cijfers niet ondersteunen.
Een grafiek die niemand kan herbouwen. Handmatige aslimieten zijn na zes weken niet meer te herleiden. Wanneer de data wordt bijgewerkt, blijven de limieten vaststaan en geeft de grafiek de realiteit langzaam maar zeker niet meer correct weer.
De oplossingen die mensen proberen
Optie 1: Gebruik een secundaire as, maar met regels
Als de twee statistieken echt in één grafiek thuishoren, is een secundaire as prima. Stel er wel duidelijke grenzen aan.
Gebruik maximaal twee reeksen. Geef ze verschillende grafiektypen, meestal kolommen voor het absolute niveau en een lijn voor het percentage. Een lezer kan dan direct zien welke as bij welke reeks hoort. Voorzie beide assen van een label met de bijbehorende eenheid.
Stel aslimieten bewust in in plaats van de automatische waarden te accepteren, en vermeld wat je hebt ingesteld. Microsoft beschrijft deze instellingen onder de schaal van de verticale as wijzigen.
De grens ligt bij eerlijkheid, niet bij de techniek. Een dubbele as kan laten zien dat twee zaken in beweging zijn gekomen. Het kan niet aantonen dat het een het ander heeft veroorzaakt, en het bijschrift mag dat dan ook nooit suggereren.
Optie 2: Indexeer beide reeksen naar een gemeenschappelijke basis
Deel elke waarde door de waarde van de reeks in een gekozen startperiode en vermenigvuldig dit met 100. Beide statistieken beginnen nu bij 100 en delen dezelfde as, waardoor de grafiek de relatieve ontwikkeling laat zien.
Dit is de zuiverste oplossing wanneer de vraag is welke reeks sneller is gegroeid. Het neemt de keuze voor de as volledig weg, waardoor er niets meer te manipuleren valt.
Je verliest hierdoor wel de absolute niveaus. Een lezer kan de omzet in dollars niet herleiden uit een geïndexeerde grafiek, dus combineer deze met een tabel als de absolute cijfers belangrijk zijn.
Optie 3: Plaats twee panelen met een gedeelde x-as boven elkaar
Maak twee grafieken onder elkaar die zijn uitgelijnd op dezelfde tijdas. Elke reeks behoudt zijn eigen schaal en zijn eigen, eerlijke vorm.
Niets wordt vervormd, en het oog kan nog steeds de omslagpunten vergelijken omdat de tijdas gelijkloopt. Dit is de veiligste optie en degene die de meeste mensen overslaan omdat het er minder indrukwekkend uitziet.
Het nadeel is de ruimte. Twee panelen nemen twee keer zoveel verticale ruimte in beslag. Dat is belangrijk op een dia, maar is zelden een probleem in een document.
Optie 4: Zet de statistieken tegen elkaar uit
Als de werkelijke vraag is of de twee statistieken met elkaar samenhangen, stop dan met het uitzetten tegen de tijd. Zet de ene op de x-as en de andere op de y-as, met één punt per periode.
Een spreidingsdiagram beantwoordt de vraag over de samenhang direct, zonder de werkelijkheid mooier te maken. Twee lijnen die op een dubbele as sterk verbonden leken, veranderen hier vaak in een vormloze wolk – en dat is juist een heel nuttig resultaat.
De beperking is dat het de chronologische volgorde verbergt. Voeg labels toe aan een paar punten of geef periodes een eigen kleur, zodat de verlooprichting leesbaar blijft.
De gemeenschappelijke drempel. Bij alle vier de opties moet je de vraag bepalen voordat je gaat tekenen. Die beslissing is snel genomen, maar de grafiek op vier verschillende manieren herbouwen om te zien welke het beste leest, is dat niet.
Hoe je twee statistieken met verschillende schalen in kaart brengt in Powerdrill Bloom
Step 1: Upload je data
Upload het bestand met beide statistieken en de bijbehorende periodekolom. Powerdrill Bloom analyseert de kolommen direct bij binnenkomst, zodat afwijkende eenheden en ontbrekende periodes al zichtbaar zijn voordat er iets wordt getekend.
Step 2: Beschrijf de vergelijking in natuurlijke taal
Geef aan wat je wilt vergelijken en waarom, niet welke grafiek er getekend moet worden. Vraag bijvoorbeeld of de omzet en het conversiepercentage de afgelopen acht kwartalen samen zijn bewogen, en vraag om de weergave die dit het meest eerlijk laat zien.
Vraag vervolgens in dezelfde opdracht naar de alternatieven. Vraag om een geïndexeerde versie en een spreidingsdiagram naast de tijdreeks, zodat je de keuze kunt baseren op wat je ziet in plaats van op gokwerk.
Step 3: Exporteer de grafiek, het rapport of de presentatie
Exporteer de gekozen grafiek, een korte schriftelijke samenvatting van de resultaten, of dia's waarin de vergelijking al volledig is uitgewerkt.
Welke optie past bij welke vraag
| Je vraag | Beste optie | Waarom |
|---|---|---|
| Bewogen ze allebei op hetzelfde moment? | Twee gestapelde panelen | Geen vervorming, gedeelde tijdas |
| Welke groeide sneller? | Indexeer beide naar 100 | Eén as, vergelijkbare eenheden |
| Zijn deze twee aan elkaar gerelateerd? | Spreidingsdiagram | Test de samenhang direct |
| Wat zijn de absolute niveaus en het percentage? | Secundaire as, met labels | Houdt beide eenheden zichtbaar |
De gewoonte die je jezelf wilt aanleren, is om eerst de linkerkolom te lezen. De meeste misleidende grafieken ontstaan doordat de afbeelding al wordt gekozen voordat de vraag helder is.
Veelgemaakte fouten
De software de aslimieten laten bepalen. Automatische bereiken veranderen zodra de data verandert, waardoor dezelfde grafiek volgende maand een heel ander verhaal kan vertellen zonder dat iemand er iets aan heeft gewijzigd.
Drie of meer reeksen op twee assen plaatsen. Een lezer kan bij meer dan twee reeksen de lijnen niet meer betrouwbaar aan de juiste as koppelen. Splits in dat geval de grafiek op.
Identieke grafiektypen gebruiken voor beide assen. Twee lijnen in dezelfde stijl dwingen de lezer om bij elk datapunt de legenda te raadplegen. Kolommen gecombineerd met een lijn lossen dit direct op.
Een as ongemerkt afkappen. Een as niet bij nul laten beginnen is soms de juiste keuze, maar moet altijd expliciet worden vermeld. Een niet-vermelde afkaping is de meest voorkomende manier waarop een grafiek misleidt.
Een dubbele as in het bijschrift presenteren als bewijs van oorzaak. De grafiek toont hooguit een gelijktijdige beweging aan. Als er sprake is van een causaal verband, horen het spreidingsdiagram en de onderliggende methode in hetzelfde document thuis. Onze gids over grafieken die passen bij je merkkleuren behandelt de visuele kant hiervan.
Een absoluut niveau vergelijken met een percentage zonder dit te vermelden. Omzet en conversiepercentage beantwoorden verschillende vragen. Geef in het bijschrift duidelijk aan wat wat is, en niet alleen in de legenda.
Direct naar een tweede as grijpen zonder eerst indexering te proberen. Indexeren lost het schaalprobleem in veel gevallen direct op en neemt de hele discussie over aslimieten weg.
Conclusie
Twee statistieken met verschillende schalen dwingen je om kritisch naar je eigen vraag te kijken. Bepaal of je gelijktijdige beweging, relatieve groei, een onderlinge samenhang of absolute niveaus wilt laten zien; voor elk van deze doelen is er één juiste weergave.
Een secundaire as is legitiem, en het is ook de optie die de meeste discipline vereist: twee reeksen, twee grafiektypen, gelabelde eenheden en expliciete limieten. Als je liever alle vier de weergaven wilt bekijken voordat je kiest, probeer dan Powerdrill Bloom op het bestand. Bekijk ook onze gidsen over een CSV omzetten in een grafiek en wat een trechterdiagram is. De pagina's over de lijngrafiekmaker en AI-grafiekmaker behandelen de technische weergave.
Veelgestelde vragen
Wanneer moet ik een grafiek met een dubbele as gebruiken?
Wanneer twee reeksen echt verschillende eenheden hebben en beide niveaus belangrijk zijn voor de lezer. Beperk het tot twee reeksen, gebruik verschillende grafiektypen, voorzie beide assen van labels en stel de limieten bewust in.
Is een grafiek met een dubbele as misleidend?
Dat kan zeker. De schijnbare samenhang tussen de twee reeksen hangt volledig af van de asbereiken die je kiest. Dezelfde data kan zo worden gepresenteerd dat er een sterke correlatie lijkt te zijn, of juist helemaal geen.
Wat is het alternatief voor een secundaire as?
Indexeer beide reeksen naar 100 op een gemeenschappelijke startperiode, of plaats twee panelen met een gedeelde tijdas onder elkaar. Een spreidingsdiagram waarin de ene statistiek tegen de andere wordt uitgezet, is de tredje optie. Elk van deze opties beantwoordt een andere vraag.
Hoe vergelijk ik de groeipercentages van twee verschillende statistieken?
Indexeer beide naar een gemeenschappelijke basis en zet ze uit op één as. Elke waarde wordt dan een percentage van het eigen startpunt, waardoor de groeipercentages direct vergelijkbaar zijn.
Moet de as van een grafiek altijd bij nul beginnen?
Voor staaf- en kolomdiagrammen wel, omdat de lengte van de staaf de waarde vertegenwoordigt. Voor lijngrafieken is een afgekapte as soms acceptabel, mits deze afkaping duidelijk zichtbaar is en wordt vermeld.